ladmk23c.2.cha

@Begin @Participants: SMK MK_Mohamed Subject, INJ JC_Josee_Z_RZ_Rachid Investigator @Filename: ladmk23c.2ch @Comment: VERSION: 03 @New Episode @Comment: 05 Play scene Bakery Job; applying for a job @Date: 10-OCT-1983 @Comment: REGISTRATION: audio + video @Comment: ENCOUNTER FEATURES: (zie episodeboek) REMARKABLE L2: @Keywords: PLAY-SCENE *SMK: <> [% knocks on the door]. @Turn *INJ: komt u binnen. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: binnen [% aloud] dag +/ < <> [% stands up] > [>1]. *SMK: <xxx> [<1] ik ben mohamed. @Turn *INJ: josee www [% nt, surname] gaat u zitten. @Turn *SMK: <> [% sits down] bedankt ja ik uh +// deze tijd ik uh altijd uh werk zoeken he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: maar ik uh vo +// # deze weekeind ik was met mij [% meaning mijn] vriend. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: hij zeg <moet jij gaan naar uh # deze fabriek> [% ds] he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: <misschien uh # wilt uh ## stuk of drie mensen hebben> [% ds] he. @Turn *INJ: uh dat klopt ja # ja wij zoeken iemand voor de uh # inpakafdeling. @Turn *SMK: inpakwwwafdeling? @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: wat voor? @Turn *INJ: dat is uh om brood uh <in> [>1] te pakken in +// in dozen. *SMK: <xxx> [<1]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: die broden <> [% gestures]. @Turn *SMK: ja <#> [>1]. *INJ: <#> [<1]. @Turn *INJ: en uh. *INJ: wie is die vriend? @Turn *SMK: rafa. @Turn *INJ: die werkt hier ook? @Turn *SMK: ## ik niet weten he. @Turn *INJ: oo xxx oja ik +// nee vroeg me af. @Turn *SMK: hm. @Turn *INJ: hoe hij dat wist hm +// ja nou dat klopt +// ja +// dus. *INJ: u zoekt werk? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: bent u nu werkloos? @Turn *SMK: nou werkloos ja. @Turn *INJ: ja? *INJ: heeft u wel uns eerder gewerkt? @Turn *SMK: #0 nooit. @Turn *INJ: nooit eerder gewerkt? *INJ: en uh. *INJ: hoe oud bent u? @Turn *SMK: ## drieentwintig. @Turn *INJ: drieentwintig jaar. *INJ: u heeft nooit gewerkt? @Turn *SMK: nee ja ik uh # +// ik nou b +// ik ben hier uh # een jaar he ik kom uit marokko ik ben marokkaan he. @Turn *INJ: ja ja. *INJ: heeft u in marokko ook nooit gewerkt? @Turn *SMK: ja toen ik kom +// kom hier^ ik heb een jaar nederlands leren he. @Turn *INJ: ja u spreekt goed nederlands. @Turn *SMK: ja^. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: niet slecht. @Turn *INJ: <> [% laughs] ja maar uh #. *INJ: wat heeft u in marokko gedaan? @Turn *SMK: # ja ik was bij school he. @Turn *INJ: u zat op school. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: wat voor school? @Turn *SMK: #3 ja deze moeilijk voor mij he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: alleen maar gewoon school he. @Turn *INJ: ja ja. @Turn *SMK: ik studeer he. @Turn *INJ: ja ja. @Turn *SMK: maar ik uh # +// ik nog niet klaar^ ik kom hier # ik kom met mij [% meaning mijn] ouders hier. @Turn *INJ: oo je ouders wonen hier ook. @Turn *SMK: hm. @Turn *INJ: oja en u bent uh drieentwintig #. *INJ: drieentwintig jaar oud? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: goh ut is wel un verandering he <marokko> [>1] nederland ## zo een jaar in nederland en uh. *INJ: hoe was uw naam precies? *SMK: <ja> [<1]. @Turn *SMK: mohamed www [% nt, surname]. @Turn *INJ: hm hm. *INJ: en waar woont u? @Turn *SMK: in oisterwijk. @Turn *INJ: in oisterwijk? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: zo # en. *INJ: hoe gaat u denkt u uh als u hier komt werken +// hoe komt u dan ## +// hoe komt u hier naartoe? @Turn *SMK: # ja ik moet ik uh # +// ik moet ik die vragen +// ik bij jou vragen he. @Turn *INJ: oo <> [% laughs] mag ook +/ <mag xxx> [>1]. *SMK: <nou uh> [<1] bij jullie uh werk he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja? @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: proeftijd of uh # voor altijd +// of vast? @Turn *INJ: uh dat is un +// un proeftijd van zes maanden. @Turn *SMK: en dan? @Turn *INJ: en dan # un vaste plaats. @Turn *SMK: ## normaal +// normaal of uh ploegdienst [% phon=blq.gdi.nst] of uh? *SMK: #. @Turn *INJ: uh # dat zijn normale tijden alleen werken we ook op zaterdag. @Turn *SMK: overwerk? @Turn *INJ: nee ut is niet echt overwerken of je hebt uh +// als je zaterdag werkt dan heb je woensdags vrij. @Turn *SMK: hm. @Turn *INJ: werk je zaterdags niet dan heb je gewoon +/ <vijf dagen> [>1] <soms zaterdag> [<2]. *SMK: <maar> [<1] zaterdag ik denk <#> [>2] +// denk [% phon, @-addition] extra geld voor zaterdag of niet. @Turn *INJ: nee <#> [>1] nee je bent zaterdag uh +// ben je heel vroeg klaar hoor # dus om drie uur ben je klaar # <op> [?] zaterdag. *SMK: <#> [<1]. @Turn *SMK: maar ik uh +// ik werk altijd uh normaal he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: half acht uh. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: tot kwart voor vier. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: dat is heel mooi. @Turn *SMK: dan klaar? @Turn *INJ: ja <#0> [>1]. *SMK: <#0> [<1]. @Turn *SMK: bij jullie ook verzekering? @Turn *INJ: wat voor verzekering? @Turn *SMK: # ja als iets gebeurt [% phon=g@bo.rt] of uh. @Turn *INJ: uh op ut werk? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja tuurlijk tuurlijk. @Turn *SMK: en vakantie ook? @Turn *INJ: uh u bent tegen uh +// u zit in ut ziekenfonds. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: ja <##> [>1] maar als u +// als u uh met vakantie gaat naar ut buitenland toe moet u wel un reisverzekering afsluiten. *SMK: < <goed> [?] > [<1]. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: ik bedoel u +// u bent in ut ziekenfonds. @Turn *SMK: hm hm. @Turn *INJ: en dan mag u naar ut buitenland # maar uh ik zal altijd nog un aparte verzekering afsluiten. @Turn *SMK: waarom? @Turn *INJ: voor de vakantie nou je weet niet je weet nooit # voor tandarts of zo ziekenfondsen vergoeden geen tandarts. @Turn *SMK: maar ik snap niet he. @Turn *INJ: nee? *INJ: als je in ut buitenland <en je> [>1] valt en al je tanden gaan kapot <in ut> [>2] buitenland. *SMK: <ja> [<1] <hm> [<2]. @Turn *SMK: hm. @Turn *INJ: moet je zelf de tandarts betalen. @Turn *SMK: ja waarom? *SMK: ja ik uh +// ik heb uh verzekering he. @Turn *INJ: ja maar je hebt twee soorten verzekeringen tegen ziekte # en dan zit je gewoon in je bedrijf en dan kun je naar de arts naar de huisarts naar de specialist # dat is allemaal hier in nederland maar als jij naar ut buitenland gaat. @Turn *SMK: hmhm. @Turn *INJ: dan moet je un aparte verzekering afsluiten. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: als je daar un ongeluk krijgt dan betaalt ut ziekenfonds wel maar heel veel dingen ook weer niet. @Turn *SMK: ja als ik naar marokko uh +// ik gaan <he> [>1] vakantie he. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: als daar iets gebeurt^ ik alles doen he ik zelf betaal in marokko he. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: maar al +// als ik kom ik # +// kom hier^ de geld [% phon] +// de geld gaat terug. @Turn *INJ: dan # sommige dingen wel ja niet al +// niet alles dat weet ik niet dat hangt vanaf. @Turn *SMK: ja maar ik heb uh verzekering voor uh ieder uh zes ma +// ieder zes maand ik denk he <komt> [>1] uh die <#> [>2] ziekenfonds ja. *INJ: <ja> [<1] <ziekenfonds> [<2]. @Turn *INJ: jaja ja ja. @Turn *SMK: <ja en dan> [?] ik uh verzekerd. @Turn *INJ: ja ja maar in ut buitenland gelden andere regels. @Turn *SMK: hm ik snap niet. @Turn *INJ: als je naar ut buitenland gaat dan is ut +// dan uh # +// dat weet ik niet +// dan is er iets specials dan krijg je niet echt alles uh +/ je bent daar ziek en dan ga je daar naar de arts. *SMK: ja maar als ik daar uh ziek he +/ . @Turn *SMK: # waar? @Turn *INJ: <dan> [?] moet je daar naar un dokter. @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: in marokko? @Turn *SMK: hm +/ <hm> [>1]. *SMK: +/ betaal dokter voor mij zelf? *INJ: <moet> [<1] je in marokko naar un dokter en moet jij +/ . @Turn *INJ: ja dan moet je eerst betalen. @Turn *SMK: hm. @Turn *INJ: en dan krijg je in nederland terug. @Turn *SMK: ja met uh ziekenfonds. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja is goed. @Turn *INJ: hm is altijd zo. @Turn *SMK: en hoeveel uh ## +// hoeveel uh netto par@s [:=T f] maand? @Turn *INJ: #. @Turn *SMK: geld he. @Turn *INJ: uhm # u bent drieentwintig jaar he. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: dat is veertien # +// veertienhonderd ja zoiets <#> [>1] netto. *SMK: <#> [<1]. @Turn *SMK: al mens meer als uh drieent uh +// twintig jaar +// als meer # allemaal zelf. @Turn *INJ: allemaal ut zelfde ja minimumloon ja. @Turn *SMK: # en uh # +// nou ik woon in oisterwijk he. *SMK: heb jullie geen uh ## uh ander mens werk in oisterwijk of zo? @Turn *INJ: jaja un busje. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: un apart busje. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: # dat weet ik niet dat weet ik niet ik weet niet hoeveel mensen daar nu werken ## maar dur gaat geloof ik sochtends un bus ja ## dan kun je daarmee +// kunt u daarmee ja. @Turn *SMK: jaja goed. @Turn *INJ: dat kan. @Turn *SMK: ja als die bus niet^ kan ik met de uh +// met trein kom. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: die geld gaat uh terug he. @Turn *INJ: nee moet u zelf betalen. @Turn *SMK: als ik kom met trein^ moet ik zelf betalen. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: moet ik met uh bus komen he van +/ . *INJ: met onze bus ja. @Turn *SMK: ja +/ <goed> [>1]. *INJ: <ja> [<1] daarom uh rijdt ie he. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: nog meer vragen? @Turn *SMK: uh #. *SMK: wanneer ik +// be +// ik begin werken? @Turn *INJ: uh ut is vandaag maandag. @Turn *SMK: hmhm. @Turn *INJ: u moet nog gekeurd worden # dan kunt u maandag beginnen volgende week als de keuring uh goed gaat he. @Turn *SMK: wanneer moet ik bij jullie te uh +// terug hier he? @Turn *INJ: uh donderdag geloof ik <donderdag> [>1] ja. *SMK: <ja> [<1]. @Turn *SMK: en dan? @Turn *INJ: en dan uh bellen wij op. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: hebt u telefoon? @Turn *SMK: nee ik heb geen telefoon. @Turn *INJ: u hebt geen telefoon +// dan schrijven we un brief <of> [>1] u belt ons. *SMK: <hm> [<1]. @Turn *SMK: hmhm. @Turn *INJ: en dan kunt u uh maandag beginnen. @Turn *SMK: ja # nou tot uh donderdag. @Turn *INJ: ja je moet donderdag gekeurd worden. @Turn *SMK: # ik moet ik donderdag bij jullie komen? @Turn *INJ: ja voor de uh. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: arts. @Turn *SMK: ik zeg tot don +// tot uh donderdag. @Turn *INJ: jaja <ja> [>1] ja ja u wilt niet uh +// oo # wacht even ik moet nog even iets weten hoor # ik moet nog even uw datum weten +// uh wanneer u geboren bent. *SMK: <ja> [<1]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ik moet ut nog even weten. @Turn *SMK: zes zes eenenzestig. @Turn *INJ: ja en. *INJ: u woont precies waar in oisterwijk? @Turn *SMK: in oisterwijk ja. @Turn *INJ: ja en dan +/ <ja oisterwijk> [<1] maar niet oo ja ja in uh # +// u bent niet getrouwd he. *SMK: +/ heb je hier +/ <xxx> [>1] ? @Turn *SMK: nee uh nog niet. @Turn *INJ: nog niet? *INJ: gaat u wel trouwen? @Turn *SMK: ja moet ik eerst geld sparen en dan <> [% gestures]. @Turn *INJ: <> [% laughs] jaja. @Turn *SMK: <> [% laughs]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: kan niet getrouw voor niks <> [% laughs]. @Turn *INJ: nee dat +// is ook moeilijk goed. @Turn *SMK: wij krijgen niks voor niks <> [% laughs]. @Turn *INJ: <> [% laughs] heel goed <xxx> [>1] <> [% laughs]. *SMK: <houdoe he> [<1]. @Turn *SMK: tot donderdag he. @Turn *INJ: ja daag. @Turn @End

Citation

[author(s)] (1983). File "ladmk23c.2.cha" in collection "ESF corpus", bundle "ladmk23c.2". The Language Archive. https://hdl.handle.net/1839/00-0000-0000-0007-FD1E-A. (Accessed 2024-05-28)

Note: This citation was extracted automatically from the available metadata and may contain inaccuracies. In case of multiple authors, the ordering is arbitrary. Please contact the archive staff in case you need help on how to cite this resource. Author information could not be extracted automatically for this resource.