ladmk11a.1.cha

@Begin @Participants: SMK MK_Mohamed Subject, INJ JC_Josee_Coenen Investigator, INZ RZ_Rachid_Zerrouk Investigator @Filename: ladmk11a.1ch @Comment: VERSION: 03 @New Episode @Comment: 01 @Date: 18-OCT-1982

*INJ: wat was jij aan ut doen bij jouw oom? @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: jij was aan ut werk in oisterwijk. @Turn *SMK: ja uh. @Turn *INJ: toen +// toen wij elkaar zagen he uh vorige week. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: donderdag nee woensdag nee dinsdag. @Turn *SMK: dinsdag. @Turn *INJ: dinsdag +/ <ja> [>1]. *SMK: <ja> [<1] ikke +// ik ga met amsterdam. @Turn *INJ: maandag was dat? @Turn *SMK: nee uh # +// ja maandag # maandag en dinsdag. @Turn *INJ: ja <#> [>1]. *INJ: was je in amsterdam? *SMK: <#> [<1]. @Turn *SMK: ja # ik ook vrijdag en zaterdag. @Turn *INJ: ja? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: wat heb je gedaan? *INJ: uh <stenen gegooid> [% refers to riots] ? @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: wat heb je in amsterdam gedaan? @Turn *SMK: hm een jongen mij [% meaning mijn] familie. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: gisteren [% phon=KIst@r@n] # hij weg in marokko. @Turn *INJ: naar marokko? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: zo maar? @Turn *SMK: hij vakantie hier twee maand. @Turn *INJ: en ben jij meegeweest naar schiphol? @Turn *SMK: uh # +/ <ja> [<1]. *INJ: heb je um uh <uitgewuifd> [>1] ? *INJ: hij ging met het vliegtuig? @Turn *SMK: ja <met vliegwwwtuig> [% imitates??]. *SMK: ja? @Turn *INJ: ja heel goed ja #. *INJ: en wat doe je nou als je in amsterdam bent? @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: wat doe je dan allemaal? @Turn *SMK: niet verstaan. @Turn *INJ: uh als je in ams +// ams +// jij gaat naar amsterdam. @Turn *SMK: ikke? @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja ik ga na +// #. @Turn *INJ: met de trein? @Turn *SMK: met auto. @Turn *INJ: met de auto? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: heb je zelf un auto? @Turn *SMK: nee ik heb uh rijbewijs [% phon=rEibwEis] maar # niet auto. @Turn *INJ: geen auto. @Turn *SMK: <geen auto> [% imitates]. @Turn *INJ: en uh was ut de auto van de vader? *INJ: of +/ . *SMK: +/ wat? @Turn *INJ: met welke auto ging je naar amsterdam? @Turn *SMK: uh # mijn oom. @Turn *INJ: aa <> [% laughs]. *INJ: die ging ook mee? @Turn *SMK: he? *SMK: ja ## uh # broer van mijn moeder. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja? @Turn *INJ: ja dat is +// uh broer van je moeder is cam@s [:=T m=uncle]. @Turn *SMK: oom [% phon=Om]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: hoe heet dat in ut marokkaans? @Turn *SMK: ja ali^. @Turn *INJ: nee maar in ut marokkaans oom. @Turn *SMK: uh. @Turn *INJ: niet khal@s [:=T m=uncle] he? @Turn *SMK: khali +// khali@s [:=T m=my uncle]. @Turn *INJ: khali@s [:=T m=my uncle]. @Turn *SMK: khali@s [:=T m=my uncle]. @Turn *INJ: ja? @Turn *SMK: uh # broer van uh +// van moeder <#> [>1] uh khali@s [:=T m=my uncle]. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: broer van uh vader cami@s [:=T m=my uncle]. @Turn *INJ: cami@s [:=T m=my uncle]. @Turn *SMK: ja en@s franc1ais@s mon@s oncle@s [:=T f=in french my uncle]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ma@s tante@s [:=T f=my aunt] camti@s [:=T m=my aunt]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: uh en@s [:=T f=in] nederlands uh oom? @Turn *INJ: allebei oom. @Turn *SMK: uh zuster van moeder. @Turn *INJ: is tante. @Turn *SMK: tante [% phon=tAnt, @-deletion] ? *SMK: ook tante [% phon=tAnt, @-deletion] ? @Turn *INJ: tante. @Turn *SMK: ook tante [% phon=tAnt, @-deletion]. @Turn *INJ: tante. @Turn *SMK: ja zelf uh s +// frans. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: tante. @Turn *INJ: maar je zegt uh # uh voor khali@s [:=T m=my uncle] +/ . *SMK: <> [% blows] oncle@s [:=T f=uncle]. @Turn *INJ: zeg je oom. @Turn *SMK: oom. @Turn *INJ: en voor c +// camti@s [:=T m=my aunt] zeg je ook oom. @Turn *SMK: <ook oom> [% surprised] ? @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ut zelfde. @Turn *SMK: camti@s [:=T m=my aunt] ook em [% meaning oom] +// uh camti@s [:=T m=my aunt] ook oom. @Turn *INJ: ja <dat is de broer van de vader he> [% misunderstanding caused by jc]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: camti@s [:=T m=my aunt]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: dat is de broer van je +/ <vader> [>1]. *SMK: <van uh> [<1] van vader. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja camti@s [:=T m=sister of father]. @Turn *INJ: ja dat is ook oom. @Turn *SMK: he? *SMK: ook oom? @Turn *INJ: ja makkelijk <> [% laughs]. @Turn *SMK: uh b +// zuster van uh +// van moeder. @Turn *INJ: is tante. @Turn *SMK: tante [% phon=tAnt, @-deletion] ? *SMK: <ja> [>1] nou ik weet <> [% laughs]. *INJ: <tante> [<1]. @Turn *INJ: ja en zuster van vader? *INJ: <#> [>1]. *SMK: <#> [<1]. @Turn *SMK: uh <> [% burps] oom. @Turn *INJ: nee tante <#> [>1] <nee> [<2] oom is mannelijk # oom is un man. *SMK: <#> [<1] <zuster> [>2]. @Turn *SMK: ja ja tante [% phon=tAnt, @-deletion] uh vrouw. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja uh broer van uh # +// van uh moeder of uh # +// of uh vader +/ <oom> [>1]. *INJ: <oom> [<1] ja. @Turn *SMK: zuster van moeder of uh vader ma@s tante@s [:=T f=my aunt]. @Turn *INJ: tante ja. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja. @Turn *INJ: www [% nt, conversation in dutch jc]. @Turn *INJ: maar uh +// . *INJ: dus je ging met je oom naar amsterdam? @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: jij ging met jouw oom naar amsterdam? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja? *INJ: in zijn auto? @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: en uh +// #. *INJ: wat heb je gedaan in amsterdam? @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: ut was heel uh # +// heel druk he. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: in uh +// in amsterdam waren allemaal uh veel politie en uh +/ <ja> [<1]. *INJ: heb je ut nog gezien? *SMK: ja veel mensen +/ <ja> [>1]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja? @Turn *SMK: # ja ik zien www [:=T m=?did she ask whether i saw a lot of people?, m, to rz, nt] +/ . *INJ: bezzaf@s [:=T m= <much> <a lot>] ja. @Turn *SMK: bezzaf@s [:=T m= <much> <a lot>] ja veel [% phon=vi.l]. @Turn *INJ: veel <> [% laughs]. @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: en heb je ook nog wat stenen gegooid? *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: wat? *SMK: <> [% laughs]. @Turn *INJ: nee dat mag niet. @Turn *SMK: ja <> [% laughs] www [:=T m=what did she say?, nt]. @Turn *INZ: www [:=T m, translation]. @Turn *SMK: nee. @Turn *INJ: dat mag niet. @Turn *SMK: ik niet [% phon=ni.] zien. @Turn *INJ: www [% nt, conversation in dutch and moroccan between rz +// jc +// mk]. @Turn *SMK: www [% nt]. @Turn *INZ: www [% nt]. @Turn *SMK: ik ga +// ik ga naar uh <#> [>1]. *INJ: <ja> [<1]. *INZ: ja. @Turn *SMK: uh amsterdam. *SMK: yak@s [:=T m=?is it correct?, to rz] ? *SMK: ik ga naar amsterdam uh vrijdag <#> [>1] hm om uh zeven uur. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INJ: savonds? @Turn *SMK: ja <savon> [>1] +// savonds [% phon, s-deletion]. *INJ: <sochtends> [<1] ? @Turn *INJ: savonds. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: en wat deed je toen? @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: toen je in amsterdam was # +// kwam? @Turn *SMK: uh # www [:=T m=?did she ask when i was there?, to rz, nt]. @Turn *INZ: www [:=T m, gives translation]. @Turn *SMK: hm ##. @Turn *INZ: www [:=T m, nt]. @Turn *SMK: www [:=T m, nt]. @Turn *INJ: of thuis. @Turn *SMK: hm? @Turn *INJ: of uh +/ <is die +// die> [>1]. *SMK: <www [:=T m, nt] > [<1]. @Turn *INZ: <> [% laughs]. @Turn *INJ: j +// jouw neef he +// uh jouw neef ging terug naar marokko # vandaag? @Turn *SMK: nee # gisteren. @Turn *INJ: gisteren. @Turn *SMK: ja. @Turn *INJ: ja hij is un neef van jou. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: un cousin@s [:=T f]. @Turn *SMK: ## www [:=T m, nt]. @Turn *INZ: ih@s ih@s [:=T m=yes yes]. @Turn *SMK: uh vro +// vrouw van uh +// van oom^ <#> [>1] uh # hij broer. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INJ: oja. *INJ: en ken jij hem uit uh +// heb je samen met hem op school gezeten? @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: +// of uh # <ut is familie natuurlijk> [% noise of airplane]. @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: wa +// waar woont hij in marokko? @Turn *SMK: in casablanca. @Turn *INJ: casa <> [% laughs]. @Turn *SMK: ik ook in casablanca. @Turn *INJ: ken +// kennen jullie mekaar van school? @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: heb jij hem op school uh +// heb je hem +// samen met hem op school gezeten? *SMK: www [:=T m=?whether i was with him at school?, to rz, nt] ? *SMK: www [:=T m, nt]. @Turn *INZ: www [:=T m, gives translation, nt]. @Turn *SMK: nee ik uh # hij # +// ik ander school # uh ikke negenhonderd uh achtenzeventig [% phon=tIk] # ikke naar school weg ik gaan uh in uh centre@s [:=T f=centre] #. @Turn *INJ: ja in ut centrum. @Turn *SMK: hij ## <uh> [>1] ## hij blijf in school <> [% laughs]. *INZ: <hij> [<1]. @Turn *INZ: ja dat is +/ <goed> [>1]. *INJ: <goed> [<1] ja. @Turn *INZ: hm. @Turn *SMK: uh nou hij uh #4 +// hij pakma [% meaning pakken]. *SMK: yak@s [:=T m=?allright?, to rz] ? *SMK: < <> [% laughs] > [>1] +// hij pakmaar [% meaning pakken]. *SMK: shed@s yak@s [:=T m=took?, to rz] ? *INZ: <ja> [<1]. @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: +// nou hij pak maar uh baccalaureat@s [:=T f=diplome]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: #. @Turn *INZ: ja. @Turn *INJ: en hij had zomervakantie? @Turn *SMK: ##. @Turn *INJ: en hij had twee maanden zomervakantie. @Turn *SMK: hij? @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: uh hij komt uh # d +// drieentwintig [% phon=tIk] uh # augustus. @Turn *INZ: hm. @Turn *SMK: ut t +// gisteren uh. *SMK: shh2al +// shh2al@s kan@s lbareh2@s [:=T m=?which day was it yesterday?, to rz] ? *INJ: <zeventien> [>1]. *INZ: <www [:=T m=seventeen] > [<1]. @Turn *SMK: +// gisteren zeventien uh hij # een maand <#> [>1] zeven uh +// een maand vijfentwintig daag. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INZ: hm. @Turn *SMK: ja bijna twee maand. @Turn *INJ: bijna twee maanden. *INJ: lekker he? @Turn *INZ: ja en uh wat gaat ie nu doen in marokko? @Turn *SMK: #. @Turn *INZ: gaat ie terug naar school? @Turn *SMK: hij? @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: ja misschien [% phon=mIski.n] uh +// misschien [% phon=mIski.n] school misschien [% phon=mIski.n] uh # uh ## misschien [% phon=mIski.n] m +// meester. @Turn *INZ: oja leraar. @Turn *SMK: ja. @Turn *INZ: op school? @Turn *SMK: op school ja. @Turn *INZ: lagere school he voor kinderen +// klein kinderen. @Turn *SMK: ja # van klein kinder. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: www [% nt]. @Turn *INZ: www [% nt]. @Turn *INJ: www [% nt, conversation in dutch and marocan between rz +// mk +// jc]. @Turn *INJ: waar heb jij dat allemaal geleerd? @Turn *SMK: #. @Turn *INJ: hoe +// hoe komt ut dat jij uh kunt timmeren ramen kunt maken. @Turn *SMK: www [:=T m=?where did i learn all these things?, to rz, nt]. @Turn *INJ: <schilderen> [>1]. *INZ: <ja> [<1]. @Turn *SMK: uh # hm +// www [:=T m=it is difficult for me to answer that, to rz, nt]. @Turn *INZ: www [:=T m=say it in dutch]. @Turn *SMK: www [:=T m]. @Turn *INJ: buurman www [:=T m=neighbour]. @Turn *SMK: craft@s [:=T m=i know] buurman ## uh buurman komt uh # candna@s [:=T m= <at our place> <at us>]. *SMK: asnoe@s hollandya@s [:=T m=?what you call it in dutch?, to rz] ? @Turn *INZ: bij <ons> [>1]. *INJ: <bij> [<1]. @Turn *SMK: +// buurman komt bij ons uh oom # uh #0 voor. *SMK: hiya@s clash@s yak@s [:=T m=that means <voor> he] ? @Turn *INZ: om. @Turn *SMK: he. @Turn *INZ: om. @Turn *SMK: www [:=T m=that means <voor> he] <om uh # +// om> [% imitates] timmerman. @Turn *INZ: om www [:=T m, gives translation]. @Turn *SMK: ja. @Turn *INZ: om ramen te. @Turn *SMK: <om ramen te> [% imitates] maakt. *SMK: <ja> [<> 1] ? *SMK: ja hij <> [% vocalizes] +// hij maakt bij uh. *SMK: yak@s [:=T m=?all right?, to rz] ? *SMK: # +// bij uh # uh uh ze +// vijftien # +// vijftien +// kwartier. *INZ: <ja> [<> 2] <ja> [<> 4]. *INJ: <ja> [<> 3]. @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: <> [% clucks] ik kijk # kwartier ik +// ik zegt <ik uh +// ik probeer [% phon] > [% ds]. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: ja? *SMK: ja? *SMK: ik probeer [% phon=pro.pe.r@] uh <> [% clucks tongue] buurman van uh mijn oom hij kijk uh # +// www [:=T m, gives translation, nt] <> [% laugs] hij kijk +// hij kijk mijn +// mij werk. *INJ: <ja> [>1]. *INZ: <ja> [<1]. @Turn *INZ: www [:=T m, gives translation, nt]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: uh hij zegt [% phon=sEgt] <mooi werk> [% ds]. @Turn *INZ: ja # goed. @Turn *SMK: uh # uh hij zegt www [:=T m, nt]. @Turn *INZ: ja dat is goed +// dat is goed #. @Turn *INZ: www [% nt]. @Turn *SMK: www [% nt]. @Turn *INJ: en schilderen <#> [>1] en schilderen waar heb je dat geleerd? *SMK: <www [:=T m, to rz] > [<1]. @Turn *INZ: schilderen sbagha@s [:=T m]. @Turn *INJ: schilderen en behangen of uh +/ . *SMK: +/ uh verf? *SMK: www [:=T m, nt, to rz]. @Turn *INJ: www [% nt, conversation between rz +// mk +// jc]. @Turn *SMK: www [% nt]. @Turn *INZ: www [% nt]. @Turn *SMK: uh die man ook buurman <#> [>1] van uh mijn oom hij komt uh # uh vandaag # uh <> [% clucks tongue] # oom # verf uh uh ## deuren. *INJ: < <> [% laughs] > [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ramen verf <#> [>1]. *SMK: ja [% to rz] ? *SMK: +// ramen verf hij komt vandaag hm <> [% clucks] ik help uh uh # www [:=T m=i help him]. *INJ: <ja> [<1]. @Turn *INZ: ik help hem. @Turn *SMK: <ik help hem> [% imitates]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ik help hem uh # uh ## <> [% clucks] om uh negen [% phon=ne.K@n] uur tot uh elf uur. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja om uh negen uur tot elf uur^ hij uh # +// hij <pak maar> [% formulaic expression??] twee +// twee deur. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ik ook. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: hm ik ook <pak maar> [% formulaic expression??] twee deur uh ikke +// ik kijk # hij uh maakt uh verf <#> [>1] in uh +// in deur ik kijk uh uh half uur. *INJ: <hm> [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: ja half uur^ ik zegt <ik ook uh # ma +// ik ook +// ik ook verven die deur> [% ds]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: hij zegt [% phon=sEgt] uh. *SMK: <jij +// jij kan> [% ds] ? *SMK: ik zegt <ik probeer> [% ds]. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: ja hij zegt +// hij zei. *SMK: ja [% to rz] ? @Turn *INZ: ja. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: uh ik probeer^ hij zegt goed [% phon=Kq.t, ds] uh ik ook < <> [% laughs] > [>1] ik verven een +// een deur uh een deur klaar^ un ander uh deur tot uh uh ## uh # uh ## twaalf uur <midi@s> [:=T m=f=midday]. *SMK: <yak [% m=allright] > [% ds, to rz] ? *SMK: <#> [>2] +// tot uh midi@s [:=T m=f=midday]. *INZ: < <> [% laughs] > [<1] <ja> [<2]. @Turn *INJ: jaja. @Turn *SMK: uh # ik uh <> [% swallows] ik t +// maakt een al +// <> [% laughs]. *SMK: <asmit@s [:=T m=how do you call] rendez-vous@s [:=T m=f=appointment] afspraak> [% to rz] ? *SMK: <#> [>1] afspraak met uh # rachid # hm half twee # ikke twaalf uur # ik gaan naar met uh +// ik gaan naar uh huis. *INZ: <un afspraak> [<1]. @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: www [:=T m=d=ik ga naar huis is that all right?]. @Turn *INZ: ih@s ih@s [:=T m=yes yes]. @Turn *SMK: www [:=T m=?do i have to add something?]. @Turn *INZ: la@s [:=T m=no]. @Turn *SMK: ik ga naar huis van mijn vader uh ## om douche. @Turn *INJ: <ja> [>1]. *INZ: <ja> [<1] om te douchen. @Turn *SMK: <om te douch> [% imitates wrongly] # maar uh douche uh <> [% laughs] <uh> [>1]. *INJ: < <is kapot> [% tries to complete] > [<1] ? @Turn *SMK: nee ## www [:=T m=asks for translation, to rz]. @Turn *INZ: bezet. @Turn *SMK: bezet [% imitates] ja +// maar douche bezet. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *SMK: ik terug met uh huis van uh mijn oom. @Turn *INJ: hm. @Turn *SMK: ik uh mijn uh +// mijn haar <> [% points to wet hair] < <> [% laughs] > [>1]. *SMK: ja? *INJ: < <> [% laughs] > [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: hm # uh # tien over uh een ## khrejt@s shna@s hiya@s [:=T m=how do you say outside, to rz]. @Turn *INZ: ik was # onderweg. @Turn *SMK: <ik was uh onderwwwweg> [% imitates] ## www [:=T m=how do you say to arrive in dutch]. @Turn *INZ: aangekomen. @Turn *SMK: <aan uh gekomen> [% imitates] <#> [>1] hier in station tilburg. *INZ: <ja of kwam> [<1]. @Turn *INJ: ja. @Turn *SMK: uh uh vijf uh +// # vijf over uh +// over half een ja. @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: goed? @Turn *INZ: over half twee dat is goed. @Turn *SMK: nee uh +// ja over half twee. @Turn *INJ: <> [% laughs]. @Turn *INJ: www [% nt]. *INJ: en waar was <rachid> [>1] toen? *SMK: <uh> [<1]. @Turn *SMK: # ik # uh hetet@s [:=T m=put, to rz]. @Turn *INZ: ja. @Turn *SMK: uh # <#> [>1] blijven. *SMK: yak@s [:=T m=?all right, to rz] ? *INZ: <ik heb de fiets> [<1]. @Turn *INZ: neergezet. @Turn *SMK: ik uh fiets uh neergezet [% imitates] in uh station ik komt met uh rachid uh # +// ik komt uh met rachid van uh auto. *SMK: ja? @Turn *INJ: ja. @Turn @End